Artikel Parool | 11 januari 2020

Onder de 3100 Amsterdammers die bij de Voedselbank komen, zijn 1575 kinderen. Beeld Jakob Van Vliet

Bezoekers van Voedselbank in Zuid kunnen voortaan zelf kiezen

De Voedselbank gaat op het supermarktmodel over: in Zuid gaan arme Amsterdammers voortaan zelf met een mandje langs de schappen om boodschappen uit te kiezen.

Soepstengels, en dan meteen een heel grote doos. Of wéér champignons. Het was soms net een kerstpakket, zeggen de Amsterdammers over de doos die ze elke week ophaalden bij de Voedselbank. Daarmee bedoelen ze: niet alles viel even goed in de smaak. “Dan ruilden we dat meteen als we buitenkwamen,” zegt een 47-­jarige vrouw (“Zeg maar Karin.”). En ja, er ­eindigde ook weleens iets in een keukenkastje om er nooit meer uit tevoorschijn te komen.

Steeds meer voedselbanken in Nederland gooien daarom het roer om. Ook bij het afgiftepunt in Zuid gaan ze over op ‘het supermarktmodel’. Daar opent wethouder Marjolein Moorman (Armoede) woensdag de Voedselmarkt. Aan de Lutmastraat is een winkel ingericht met aan alle vier de wanden een heus supermarktschap compleet met koelvitrines. Hier mogen 140 huishoudens elke week zelf hun boodschappen uitkiezen.

Schaamte

Met een mandje of zelfs een winkelkarretje ­melden ze zich bij de kassa. Daar betalen ze met punten – een alleenstaande heeft elke week 7 punten te besteden, een gezin met twee kinderen krijgt 15 punten. Filterkoffie kost minder punten dan koffiepads. Een joekel van een pot pindakaas is goed voor drie punten. Een klein potje kost maar één punt.

De 35 vrijwilligers die hier in Zuid de Voedselmarkt runnen, hopen dat het door de winkel­opstelling minder beladen wordt. Veel mensen die het niet breed hebben, zoeken geen hulp bij de Voedselbank, zegt manager fund­raising Margje Polman Tuin. “We vermoeden dat het te maken heeft met schaamte, met trots.” Ze kan het zich goed voorstellen als zo’n doos voor je ogen gevuld wordt. “Wij bepaalden wat jij de volgende dag op je bord had.”

De inhoud werd altijd wel meegenomen, zegt projectleider Hans Teunissen. Niemand die een gegeven paard in de bek wil kijken. Het voelt al gauw ondankbaar, zeker als je sterk afhankelijk bent van de Voedselbank.

“Je hebt toch hónger?” zo verwoordt Teunissen het ongemak­kelijke gevoel dat Voedselbankklanten bekroop. “Wie ben jij om nee te zeggen?” Het zijn precies de gevoelens die de Voedselmarkt wil voorkomen. Polman Tuin: “Het geeft zo’n stuk menswaardigheid als je je eigen boodschappen kan doen.”

De nieuwe winkelopstelling in de Voedselmarkt aan de Lutmastraat (linksboven) en de oude manier van uitgeven van de Voedselbank in de Oranjekerk. Beeld Jakob Van Vliet

Gezonder

De eerste klanten van de Voedselmarkt zijn vooral blij met de variatie die ze nu zelf kunnen aanbrengen. ”Je wilt natuurlijk niet elke dag hetzelfde eten,” zegt Barbara (42). Ook zij kreeg weleens iets mee wat ze niet lust (‘champignons!’) en haar twee kinderen hebben ook zo hun heug en meug.

Schaamte speelt voor haar geen rol, zegt Karin, al ziet ze haar achternaam liever niet in de krant. Iedereen die naar de Voedselmarkt wil, moet aantonen dat ze minder dan 230 euro per maand te besteden hebben. “Je moet toch met de billen bloot.”

Maar was de door de Voedselbank samen­gestelde doos niet gezonder? Dat valt tegen, zegt Teunissen. Een compleet pakket met de hele schijf van vijf zat er niet in. Het aanbod blijft ­afhankelijk van donateurs en restpartijen van supermarktketens, zelfs al zijn voedselbanken de laatste jaren snel professioneler geworden. Maar het is geen toeval dat groente en fruit in de Voedselmarkt geen punten kost. Verder blijft het afwachten hoe het supermarktmodel uitpakt in Amsterdam, zelfs al is het in andere ­steden een succes gebleken. Teunissen: “We moeten het ervaren. Gaat straks toch iemand met zeven zakken chips naar huis?”

De Voedselmarkt is een pilot, maar de Voedselbank hoopt nog een paar uitdeelpunten in de stad te vervangen door een winkelopstelling. Dat valt nog niet mee in een dure stad als Amsterdam: de pakketten worden nu één ochtend in de week uitgedeeld in buurthuizen of kerken. Voor een winkelopstelling is een vaste locatie nodig, maar die biedt tegelijk ook weer nieuwe mogelijkheden. In Zuid gaat de Voedselmarkt eerst twee dagen in de week open, maar mogelijk worden dat er vier. Gedacht wordt nog over een ‘koopavond’.

Meer voordelen

In het volledig verbouwde pand aan de Lutmastraat, een voormalig buurthuis, wordt de ­Voedselmarkt gecombineerd met een nieuwe keuken waar kooklessen worden gegeven. Er is tweedehands kleding, een repaircafé voor kapotte apparaten en een ‘sociale kruidenier’ waar Voedselbankklanten met 70 procent korting wasmiddel, verzorgingsproducten en diervoeding kunnen kopen.

Een ander voordeel van de vaste plek is dat er meer ruimte komt om gezond en vers voedsel uit te delen. Met de pakketten die één keer in de week werden uitgedeeld was dat veel lastiger. De Voedselmarkt hoopt daarom op meer restpartijen van winkels en horeca uit de stad. “De Rai heeft aangegeven dat ze vaker bij ons komen met resten van beurzen nu we vaker open zijn,” zegt Polman Tuin. “Ook aan die kant gaan we voedselverspilling tegen.”

Teunissen: ”Wat ’s ochtends wordt gebracht, ligt nog die middag in de winkel.”

12 afgiftepunten in de stad

In Zuid komen 140 huishoudens bij de Voedselbank. Daarbij gaat het om 300 Amsterdammers, van wie 144 kinderen. In totaal heeft de Voedselbank in Amsterdam 3100 ‘klanten’, van wie 1575 kinderen. Naast de Voedselmarkt in Zuid heeft de Voedselbank in de stad nog 11 andere ­afgiftepunten. Op het hoogtepunt van de crisis, in 2013, waren 5491 Amsterdammers aangewezen op de Voedselbank.